Wat gebeurt er tijdens het composteringsproces?

Tijdens de compostering spelen zich op versnelde wijze dezelfde natuurlijke afbraak- en opbouwprocessen af als in de strooisellaag van het bos of onder de struiken in de tuin. Bacteriën en schimmels breken onder gecontroleerde omstandigheden tuin- en keukenresten af. Ze worden daarbij geholpen door wormen, springstaarten en andere organismen.

Compostwormen

Van alle compostorganismen springen de wormen het meest in het oog. Als liefhebbers van vochtig en voedselrijk materiaal leven en vermenigvuldigen ze zich precies onder die omstandigheden die ook voor de meeste andere afbraakorganismen ideaal zijn. Hun uitwerpselen hebben precies die structuur die past bij het beeld van goed verteerde compost: nl. donker en kruimelig. De kleine rode - soms oranje gestreepte - compostworm (Eisenia fetida) komt van nature voor in de strooisellaag van onze bossen, parken en tuinen. Maar hij heeft zich uitstekend aangepast aan het leven in de composthoop. Dit in tegenstelling tot de dauw of regenworm (Lumbricus terrestris) die als diepgraver zelden of nooit in de composthoop voorkomt.
Miljoen- en Duizendpoten

Deze afvaleters hebben een gesegmenteerd lichaam. De segmenten zijn twee aan twee vergroeid en bevatten daardoor twee paar poten. De miljoenpoot kan zich als een worm in de bodem graven. De vele kleine pootjes onderaan het lichaam helpen bij het wegwerken van de grond. De meest voorkomende miljoenpoot in onze bodems en compost is de zogenaamde witpoot: wormrond en ongeveer 3 cm lang. We vinden hem in de bodem vaak opgerold in een spiraal met de kop naar binnen.  De duizendpoten vervullen als rovers een belangrijke functie in de voedselketen van bodem en compost. Ze eten kleine ongewervelden als insecten, slakken, wormen, pissebedden en spinnen. Door andere afbraak-organismen te verorberen brengen ze de voedingsstoffen via hun uitwerpselen opnieuw in omloop.
Naast al deze organismen treft u uiteraard nog heel wat andere soorten tussen het composterend materiaal aan. Denk maar aan mieren, fruitvliegjes, kevers, slakken, spinnen, larven allerlei …

Samen vormen al deze levende wezens de keuken- en tuinresten om tot het stabiele en hoogwaardige eindproduct dat we
COMPOST noemen.
Pissebedden

Dit zijn de enige op het land levende kreeftachtigen. Hun blauwgrijze of zwartbruine lichaam is 1 tot 2 cm lang. Ze ademen via sterk vertakte adembuisjes die uitmonden in een soort kieuwen die als witte vlekjes herkenbaar zijn tussen het laatste paar poten. De kieuwen en de ingeademde lucht moeten steeds vochtig zijn.  In de compost treffen we pissebedden aan in de buitenkant van het composterend materiaal. De pissebedden kunnen zich met hun log pantser immers moeilijk als een worm binnen in de vochtige compost wringen. Afhankelijk van het milieu waarin de dieren leven, voeden ze zich met rottende planten, resten van dode dieren of ander organisch materiaal zoals hout dat ze kunnen verteren met behulp van een speciaal enzym dat cellulose afbreekt..
Mijten

Deze spinachtigen hebben een lengte van 0,1 tot 3 mm en acht poten. Sommige soorten mijten vermalen bladeren, rot hout en ander organisch afval. Andere eten schimmels en bacteriën, nog andere zijn roofmijten en voeden zich met draadwormen, eieren, insectenlarven, andere mijten en springstaarten.
Springstaarten

Deze kleine, primitieve insecten zijn meestal wit en hebben zes poten en korte voelsprieten. Ze voeden zich met afgestorven plantaardig en dierlijk materiaal. Ze spelen een belangrijke rol in de afbraak van het organisch materiaal en in de voedselkringloop door het ‘begrazen’ van schimmels en hun sporen. Schimmels zijn in staat om voedingsstoffen te onttrekken aan moeilijk afbreekbare materialen zoals hout. Door zich met de schimmels te voeden, brengen de springstaarten de voedingsstoffen via hun uitwerpselen in de compost.
Micro-organismen  (bacteriën, schimmels, eencelligen …)

De belangrijkste afbraakorganis-men, zowel in de bodem als in de compost, zijn de micro-organismen. Ze zijn zo klein dat u ze niet met het blote oog kunt waarnemen. Micro-organismen zijn niet in staat om voedsel-deeltjes op te nemen. Ze breken organisch materiaal af met de enzymen die ze uitscheiden. Ze maken de afvalstoffen zacht en de voedingsstoffen opneembaar. Ook de grotere afbraakorganis-men varen hier wel bij. Ze kunnen zich makkelijker voeden met het voorverteerde materiaal.

Zowel bacteriën als schimmels hebben heel wat vocht nodig om optimaal te kunnen werken. Ze zijn erg goed bestand tegen hoge temperaturen. Het zijn trouwens de bacteriën en schimmels die door hun intense activiteit de temperatuur in de compost hoog doen oplopen.
Powered by : Luc Van Biesen - Alle rechten voorbehouden
Heb je zin om onze ploeg te versterken ? Neem gerust contact met ons op :

Milieudienst Lebbeke:  052/46.82.47 - Compostmeesters : 0478/28.09.56 - Email : info@lebbeeksecompost.be